Oprichting in 1908

Op 30 maart 1908 werd uit de afdeling Drachten van de Nationale christelijke Geheel Onthouders Vereeniging het koor 'ERE ZIJ GOD' opgericht. In de oude notulen staat geschreven: ´Het koor zou onder anderen bij het propagandawerk voor deze Vereniging eens mooi vierstemmig kunnen zingen, want: “Een woord kan van veel invloed op de mensch weezen, zeer zeker, maar van welk een zegen een lied van den ziel is, valt niet te zeggen.”
Op de avond van oprichting van het koor waren in het evangelisatielokaal van de Kapelkerk (U.K.K.) twintig mensen aanwezig. 

Het eerste bestuur bestond uit: 

  • Evangelist F. van Venen (voorzitter),
  • Dhr O. van der Wal, (secretaris en penningmeester) en
  • Mw. A. Keuning-Kalsbeek (lid). 

Als eerste ‘directeur’ fungeerde meester Tjeerd Marra, onderwijzer aan de school aan het Oosteinde, die daar als salaris f. 1,-- per avond voor kreeg. De contributie voor de koorleden bedroeg 5 cent per week plus 1 cent voor een te houden reisje in de zomer. Tot nu toe wordt nog jaarlijks een reisje gemaakt.

Foto Meester Marra temidden van enkele van zijn leerlingen. (foto uit 1931)

Het eerste lied dat na de oprichting onder leiding van meester Marra door het koor werd ingestudeerd was Gezang 243, vers 3 en 4 uit de Hervormde Bundel (gezang 191 uit de Evangelische Gezangen).


Dierb're Heiland, die mijn smarte,
die mijn schulden hebt getorst,
dierb're Heiland, ook mijn harte
eert U als de Levensvorst.
Zouden ooit beloftenissen,
die Gij gaaft, vervulling missen?
Neen, miljoenen gingen heen,
moedig op uw trouw alleen.


Op uw stem: "Staat op, gij doden!"
staat de dood zijn zege af,
op uw stem: "Staat op, gij doden!"
rijst het leven uit het graf.
Leven, leven, eeuwig leven
zal uw liefde mij dan geven,
en geen zonde, smart of pijn
zal in eeuwigheid meer zijn.

In het begin trad het koor nog niet zo veel op. De eerste grote uitvoering vond plaats op 29 juli 1914, drie dagen voor de mobilisatie. Langzaam vond het koor ook haar weg naar de concoursen. Aanvankelijk werd uitgekomen in de derde afdeling, waar een derde prijs werd behaald op 8 augustus 1923. Geschreven staat dat hiermee ‘voor de eerste keer een prachtige medaille het vaandel mocht sieren’. In latere jaren, toen een jongere garde de mensen van het eerste uur opvolgde, kwam het koor uit in de afdeling `uitmuntendheid´, waarbij ook prijzen werden behaald ‘voor de uitstekende uitspraak van den Friesche taal´.